Landschappelijk ontwerp

Saneringsplan

Voor de sanering is gekozen voor de methode van afdekken en controleren. Dat wil zeggen dat de vervuilde grond niet wordt afgegraven, maar afgedekt. Het grondwater rondom de vuilstort wordt jaarlijks gecontroleerd, zodat bij eventuele uitspoeling van gevaarlijke stoffen direct kan worden ingegrepen. Bijzonder en vernieuwend aan de sanering is dat het gebied over een groot oppervlak een ‘natte leeflaag’ heeft gekregen. Hierbij bestaat de wettelijke leeflaagdikte voor een deel uit water. Dit past beter in het Waterlandse landschap en leidt tot hogere natuurwaarden. Bovendien hoefde hiermee in principe minder grond te worden gebruikt.

Eigentijds Cultuurlandschap

De techniek van de sanering, het aanwezige (onnatuurlijke) reliëf en de voorzieningen voor de waterbeheersing zijn aangegrepen voor de ontwikkeling van een bijzonder, eigentijds cultuurlandschap. Tegelijkertijd is gestreefd naar een goede inpassing van de Volgermeer in het open, waterrijke landschap van Waterland en naar een maximale natuurwaarde. Van 2000 tot 2003 heeft het Amsterdamse bureau Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw hiervoor een ontwerp gemaakt. Leidmotief hierin is ‘veen’.  Het sluit aan bij het historische veen- en veenweidenlandschap en de turfwinning. Het maakt bovendien gebruik van de unieke mogelijkheid om op de afdekking een nat ‘eiland’ in Waterland te vormen, waarin veenvorming weer kan worden opgestart. Deze leidt tot waardevolle natuur, maar kan tevens bijdragen aan de vastlegging van CO2 en het bergen van water.

Het ontwerp bestaat uit drie componenten: een ‘sawagebied’ met de natte leeflaag, een droge zone met een leeflaag van hergebruiksgrond en de centrale watergang als hoofdas en verbindende schakel.

Sawagebied

Beeldmerk van de nieuwe Volgermeer is het ‘sawagebied’. Dit is het deel met de natte leeflaag. Hier wordt ingezet op natte natuur, verlanding en veenontwikkeling op basis van regenwater. Om op de onregelmatige ondergrond over een groot oppervlak regenwater vast te houden, is een fijnmazig netwerk van kaden aangelegd. In de zo gevormde watercompartimenten, sawa’s genoemd, kan gemakkelijk regenwater worden opgespaard. Regenwater is schoon en voedselarm. Dit is een goede uitgangssituatie voor de ontwikkeling van bijzondere soortenrijke natuur. In het water wordt gepoogd drijvende matten van riet en andere verlanders te laten ontwikkelen. Voldoende waterdiepte daaronder moet ervoor zorgen dat deze ook in de zomer niet verdrogen. Vervolgens kunnen zich hierin veenmossen vestigen die nog meer regenwater vasthouden. Daarop kunnen ten slotte zeldzame soorten gaan groeien als zonnedauw en v eenpluis: levend hoogveen. Belangrijke karakteristiek van het sawagebied is de uitstekende mogelijkheid van natuurbeleving. Het netwerk van kaden vormt een labyrint van wandelroutes door de waterrijke wereld . Enkele verbrede kaden zijn belangrijk in het toekomstig begrazingsbeheer, maar maken ook een picknick te midden van de verlandingsnatuur mogelijk.

Droge zone

Het sawagebied wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door een droge zone. Deze droge zone is een hoog gelegen rug die het sawagebied “verankert” in het omliggende landschap, het omliggende lage veenweidegebied en de droogmakerij Burkmeer. De vuilstort is hier afgedekt met een droge leeflaag van circa éé n meter schone grond. Deze grond komt uit projecten als de Noord-Zuid-lijn en het Bijlmerpark. Hierop ontwikkelen zich bloemrijke gras- of hooilanden. Mogelijk ontstaat hieruit onder beperkte schapenbegrazing een landschap met laag struweel. De droge zone biedt ruimte voor diverse vormen van recreatief gebruik, van een dagelijkse klim via het doorgaande fietspad tot rondzwerven over de uitgemaaide paden en mediteren op het hoge bankje. Door de hoge ligging zijn er namelijk vanaf deze zone fraaie uitzichten mogelijk over het sawagebied, het open landschap van Waterland, de omliggende dorpen en Amsterdam en Almere.

Centrale Watergang

Centraal in het gebied loopt de centrale watergang als landschappelijk structurerend element. Deze heeft een historische betekenis als voormalige afvoerroute van de turf en aanvoerroute van het vuil. De voornaamste functie in het plan is de recreatieve betekenis. Hier loopt de Waterlandse boezem door tot in het hart van de Volgermeerpolder. Middels herstel van de oude ophaalbrug en het sluisje is het gebied bereikbaar voor kano’ s en kleine bootjes vanuit Broek in Waterland. Op termijn wordt via een kano-overhaal ook een doorsteek naar Holysloot of Zunderdorp mogelijk. De centrale watergang, opgespannen tussen de kerktorens van Broek en Ransdorp, wordt nog versterkt door hierlangs de belangrijkste fiets-, wandel- en ruiterpaden te situeren.