Maaibeheer Volgermeer 2016

Maaibeheer Volgermeer 2016

 

De Volgermeer bestaat niet alleen uit 60 plasjes waar we veen in willen laten groeien, ongeveer de helft van het terrein bestaat uit grasland. Dit wordt niet bemest en niet bespoten. Om het mooi te houden wordt het gemaaid en voor een deel begraasd. In de Volgermeer doen we allebei en kijken op de lange termijn wat het beste werkt. Het begraasde grasland lijkt meer vogels te herbergen, vooral leeuweriken, en die hoor je bijna nergens meer. 

 

Het maaisel van onbemest en onbespoten grasland is een uitstekende en schaarse grondstof voor biologische melk of vlees. En aannemer Jan Melman is een spil in het netwerk om dat gras af te zetten. Voor ons als overheden heeft dat ook het voordeel dat het beheer niet erg kostbaar is. Het werk wordt betaald door de opbrengst van het gras.  Bij de planvorming is bepaald dat het beeld voor het grasland het zogenaamde ‘glanshaver hooiland’  moet zijn. Dat is een vegetatietype dat vrij gemakkelijk te ontwikkelen is. De meeste wegbermen en dijken in west Nederland hebben deze vegetatie. Niet alleen is de diversiteit aan planten er groter, ook komen er meer kruiden en zeldzamere planten in voor. Vanwege de grote diversiteit aan planten is het hooiland ook een belangrijk leefgebied voor  vlinders, bijen en zweefvliegen. Op de Volgermeer is de minder ruige vorm, die ook geschikt is als veevoer.

 

Het grootste deel van de Volgermeer wordt twee keer per jaar gemaakt. De stroken met de minste grasgroei laten we staan, waarschijnlijk tot het einde van de zomer. Het is nog steeds uitzoeken wat het best is. Volgend jaar gaan we wat vroeger maaien, zo rond 1 juni, want we hebben geleerd van dit jaar. Het is wel de bedoeling dat er tenminste één stook slechts 1x per jaar wordt gemaaid. Op termijn willen we de eerste maaibeurt later doen, zo rond 21 juni.

 

In de tussentijd voeren we gericht beheer tegen plaagsoorten. De vervelendste die we hebben is Japanse duizendknoop. Die woekert enorm en mag geen kans krijgen grote oppervlakten te bedekken. Zie hieronder hoe u deze plant kunt herkennen. In 2015 dook hij op een plek op  bovenop de heuvel langs het fietspad.  Als u deze plant op een andere plek ziet zijn graag melden via info@volgermeer.nl, met vermelding van de vindplek.

Er staan nog enkele andere soorten die we ook in de gaten houden. Dat zijn de ‘akkerdistel’, omdat boeren last hebben van de zaden. Verder ‘Jacobskruiskruid’ omdat dit het gebruik van het hooi beperkt, en de ‘reuzenbereklauw’.

 

Over reuzenbereklauw krijgen we regelmatig meldingen van bezoekers van de Volgermeer. De reden om deze plant te beperken is omdat er bij huidcontact brandblaren ontstaan en wat woekert. De brandharen zijn vooral vervelend voor de mensen die moeten maaien, zeker als er veel staan. Verder moeten mensen die hun hond uitlaten er op letten dat hun hond er niet tegen aan loopt. Omdat honden in de Volgermeer aangelijnd moeten zijn, kan dat geen probleem zijn. We houden de reuzenbereklauw kort door hem te maaien voordat het zaad rijpt. En als er veel staan trekken we ze uit. Laat ons weten als u er een aantreft, en geef de vindplek erbij aan.

 

 

Hoe herkent u Japanse duizendknoop?
Treft u de Japanse duizendknoop aan, stuur dan een mail naar
info@volgermeer.nl en geef de vindplaats aan. Meer informatie op Wikipedia.

 

 Japanse duizendknoop (scheuten)                         Japanse duizendknoop in bloei