Vogelwaarnemeningen Door Menno Huizinga

 

Vogelwaarnemingen in de Volgermeer in de periode april – juli 2012
Waarom deze rubriek? Volgermeer is een gebied dat zeker in de komende jaren zal veranderen. De ondiepe putten zullen begroeid raken en daarmee zullen vogelsoorten die een slikkige wat kale bodem prefereren verdwijnen. Andere soorten zullen er voor in de plaats komen. De begroeiing op de dijkjes zal door het maairegime ook veranderen. Het is dan aardig om deze veranderingen te volgen via deze rubriek. De rubriek zal voornamelijk gaan over vogels die in de Volgermeer zijn waargenomen. Echter, veel vogelaars kijken niet alleen naar vogels, maar naar meer dingen die vliegen en dan wel voornamelijk vlinders en libellen (sommige vogelaars kijken daarnaast nog naar vliegtuigen, maar dat gaat toch iets te ver in deze rubriek). Leuke waarnemingen van deze insecten zullen we dan ook in deze rubriek noemen. Naarmate het gebied verandert, zullen ook andere insectensoorten te zien zijn.
Als verslagperiode worden de kwartalen genomen, dus winter (januari – maart), voorjaar (april – juni), zomer (juli – september) en najaar (oktober – december). Biologen hanteren vaak andere intervallen: voorjaar maart – mei, zomer juni – augustus enz. periodes die over het algemeen iets beter overeenkomen met de stand van de natuur. Echter, voor een verslaglegging maakt het verder weinig uit. Daarom de standaardkwartalen.
De rubriek zal geen volledige opsomming zijn van alle vogelsoorten die in desbetreffende periode zijn waargenomen. In deze rubriek worden de krenten uit de pap gehaald. Aan het eind van het jaar kan er een overzicht worden gemaakt van alle waargenomen vogelsoorten in de Volgermeer. De rubriek maakt ook gebruik van de waarnemingen die zijn ingevoerd op waarneming.nl (
http://waarneming.nl/index.php)  of worden gemeld op het Amsterdams Vogelnet (http://groups.yahoo.com/group/Amsterdams_VogelNet/). Als waarnemingen worden beschouwd alle waarnemingen die in en rond de Volgermeer zijn gedaan. Dus een Buizerd vliegend over de Belmermeer, maar waargenomen vanuit de Volgermeer geldt ook als waarneming voor deze rubriek.
De rubriek houdt de volgorde aan van de vogelsoorten, zoals die in de moderne veldgidsen gebruikelijk is: Zwanen tot Flamingo’s, Sperwers tot Trappen, Kluten  tot Strandlopers, Jagers tot Zwaluwen en Piepers tot Gorzen.**
Zwanen tot Flamingo’s
Van de ruim 40 Knobbelzwanen die eind maart nog aanwezig waren, zijn er uiteindelijk drie tot vier paar gebleven. Een enkel paar bracht ook nog jongen voort. Bergeenden kwamen tot broeden gezien de vier crèches bergeendpullen in diverse putten. Ook een Krakeend kwam tot broeden en dobberde rond met twee jongen. Een leuke waarneming was een paartje Pijlstaart dat van half mei tot half juni is waargenomen. In april heeft er enige weken een paartje Zomertaling verbleven. Of ze tot broeden zijn gekomen, is niet bekend. Zomertalingen zijn in de broedtijd zeer schuw en laten zich meestal weer zien wanneer de jongen al vrij groot zijn. In de hele juni werden twee Kwartels gehoord in het toen nog hoge gras langs het fietspad. Twee territoria van deze hoender is voor de omgeving van Amsterdam heel bijzonder. Vanaf half mei werd er regelmatig één Grote Zilverreiger gezien. In de hele periode werden ook (tot max 5) Lepelaars waargenomen. Het hoogtepunt wat betreft de reigerachtigen lag rond de Pinksterdagen toen een tot twee Zwarte Ibissen kortstondig in de putten (achter het hek) vlakbij de Galggouw werden gezien.
 
Sperwers tot Trappen
In het begin periode waren er dagen dat er zes tot acht Buizerds werden gezien. Later werden de aantallen lager en bleef het bij een enkele waarneming van Torenvalk, Bruine Kiekendief of Buizerd. In het riet- en biezenperceel aan de Galggouw had zeker één (misschien twee) paar Waterrallen een territorium. Gedurende de hele periode werd het geroep van deze ral gehoord.
Kluten tot Strandlopers
Voor steltlopers is de Volgermeer voorlopig een prachtige omgeving: ondiepe putten met weinig of geen water en nauwelijks begroeiing. In de gehele periode waren er veel Kluten met een maximum van 20 omstreeks eind mei. (Een aantal heeft er gebroed gezien de jongen die er begin juli rondliepen). Het steltloperhoogtepunt waren twee Steltkluten die op 30 juni een dag de Volgermeer aandeden. (De vogels kwamen mogelijk een dagje over van de Kinseldam / IJdoorn). Ook Bontbekplevieren en Kleine Plevieren konden er de hele periode in wisselende aantallen worden waargenomen, waarbij de Kleine plevier het won van de Bontbekplevier. Tot omstreeks half mei verbleef er een groepje (5-6) Temmincks Strandlopers die in de vlucht een kenmerkend trillertje tirrr…rirrr…tirrr laten horen. Alle voor Nederland algemene ruiters – Bosruiter, Oeverloper, Witgat, Tureluur, Zwarte Ruiter, Groenpootruiter – werden waargenomen evenals Grutto’s, Wulpen (op het gedeelte bij Poppendammerweeren 40 – 45 ex) en Regenwulpen (overvliegend).
 Jagers tot Zwaluwen
Tot eind mei konden tussen de Kokmeeuwen Zwartkopmeeuwen (max 10 – 12) worden gezien. Deze vogels broeden op de Kinseldam, doch hadden kennelijk besloten nog even te wachten met broeden. Vanaf juni zijn ze niet meer gezien. De enige sterns die de Volgermeer aandoen zijn tot nu toe Visdieven. Naast Houtduiven worden er regelmatig Holenduiven gezien die door niet vogelaars worden versleten voor verwilderde stadsduiven. Niet doen, want zo algemeen is deze duif in de omgeving van Amsterdam niet. Bij goed weer foerageerden Gierzwaluwen in grote aantallen boven de putten. Ook Oeverzwaluw, Boerenzwaluw en Huiszwaluw werden regelmatig boven de putten gezien en luister dan eens naar dat luidruchtige gekwetter van de Boerenzwaluw. Wat zeker het vermelden waard is, zijn de twee territoria van de Veldleeuwerik op het gedeelte bij de Poppendammerweeren. Deze zanger is in de afgelopen jaren behoorlijk in aantal achteruitgegaan en is nu in Waterland zeker geen algemene broedvogel.
Piepers tot Gorzen
Wat betreft deze groep zangvogels zijn de vier territoria van de Blauwborst, drie tot vier Rietzangerterritoria het vermelden waard in het rietland bij de Galggouw. Ook een aantal (5 – 6) Grasmussen kwamen waarschijnlijk tot broeden. In april en mei werden regelmatig doortrekkende Tapuiten waargenomen. Een spotvogel verbleef korte tijd in de bosrand, terwijl bij de ingang op de Galggouw vaak Ringmussen te zien waren.

Menno Huizinga