Duphar hoeft kosten sanering niet te betalen

AMSTERDAM - De chemische onderneming Solvay Duphar in Weesp, voorheen Philips
Duphar, hoeft niet op de draaien voor de kosten van sanering van de
Volgermeerpolder bij Broek in Waterland. Deze kosten, geraamd op zeker 140
miljoen gulden, komen voor rekening van de staat. Het gerechtshof in Amsterdam
heeft dit vanochtend bepaald in een proces dat de staat tegen Duphar had
aangespannen.
De Volgermeerpolder bij Broek in Waterland is een van de zwaarst vervuilde
terreinen van Nederland. Eind mei 1989 wees de rechtbank in Amsterdam de
vordering toe waarin Duphar voor de sanering verantwoordelijk werd gesteld. Het
bedrijf ging vervolgens in hoger beroep.
Duphar ontkent niet dat het een belangrijk aandeel heeft gehad in de vervuiling
van de Volgermeerpolder. Waar Duphar zich steeds tegen heeft verzet, is het feit
dat het als enige bedrijf verantwoordelijk is gesteld.
Het hof liet zich bij zijn overwegingen vooral leiden door de vraag of Duphar al
in de jaren zestig had kunnen weten dat het storten van gif uiteindelijk zou
leiden tot kostbare saneringsoperaties. Op basis van jurisprudentie van de Hoge
Raad komt het hof tot de conclusie dat een dergelijk inzicht toen niet mocht
worden verwacht.
Een woordvoerder van de actiegroep Nederland Gifvrij reageerde teleurgesteld op
het arrest. De vervuiler blijft buiten schot, aldus de zegsman.