Het lange beraad over een gifbelt

In 1980 werd ontdekt dat de vuilnisbelt Volgermeer grote hoeveelheden zeer
giftig industrieel afval bevat. Nu lijkt er echt iets te gebeuren. Provinciale
Staten van Noord Holland zijn beland in de fase Plan van Aanpak. Dat plan omvat
een damwand rond het 103 hectare grote gebied, een zuiverings- installatie en
afdekking met een kleilaag. Het geld ligt klaar: F 174 miljoen.
VAN EEN OVERHAAST besluit over het aanpakken van de gifbelt Volgermeerpolder bij
Broek in Waterland zal niemand het provinciaal bestuur kunnen beschuldigen. Het
statenlid G. Le Belle (D66) liet deze week evenwel weten dat het als het aan hem
ligt zo ver nog niet kan zijn. Hij had van Solvaye Duphar, voorheen Philips
Duphar, een van de boosdoeners in de Volgermeer-affaire, onlangs een rapport
ontvangen.
Duphar had dat gebruikt in de verdediging voor de Amsterdamse rechtbank. Deze
sprak het bedrijf onlangs vrij. De zaak hangt nog, omdat de landsadvocaat in
hoger beroep is gegaan. Van de inhoud van het rapport was Le Belle zich een
hoedje geschrokken. Lezing ervan leerde, zei hij, dat niet alleen Duphar maar
wel twintig andere bedrijven in de jaren zestig en zeventig chemicalien hadden
gestort.
Behalve dioxine, vluchtige koolwaterstoffen, zware metalen chloorfenolen,
enzovoorts, moeten er ook nog vaten met carbid liggen. Dat laatste is volgens Le
Belle nieuw. Carbid brengt ontploffingsgevaar met zich. Dat gegeven zet het hele
Plan van Aanpak op de helling. Hij vindt dat nader onderzoek dringend gewenst
is.
Tegelijk wil het statenlid volgende week een oud idee lanceren. De vervuilde
Volgermeerpolder is volgens hem bij uitstek geschikt voor opslag van licht
vervuild slib. De plek leent zich daarvoor beter dan het nog maagdelijke gebied
op het PEN-eiland bij Diemen, dat het provinciaal bestuur voor dat doel wil
gebruiken, vindt hij.
In 1984 zag het provinciaal bestuur de Volgermeer ook al als een ideale
dumpplaats voor vuile grond, bagger, puin en huisvuil. Onder druk van het
Burgercomitee, dat alle verwikkelingen rondom het vervuilde gebied nauwlettend
in de gaten houdt, liet de provincie dat plan varen.
Het ziet er niet naar uit dat de schrik van statenlid Le Belle over het
Dupharrapport en zijn dumpidee op brede weerklank in de statencommissie milieu
kan rekenen. Milieu-gedeputeerde G. de Boer liet gisteren desgevraagd weten dat
de ontdekking van Le Belle geen enkele invloed heeft op het Plan van Aanpak,
zoals dat nu gereed ligt. Daarvoor zijn de feiten niet indrukwekkend genoeg.
Rijk van den Hoek van het Burgercomitee is weinig ingenomen met de actie van Le
Belle." Dat is toch vreselijk dom. Iedereen weet al jaren dat niet alleen Duphar
zijn chemische rommel daar heeft geloosd. Jarenlang is het terrein bemonsterd,
daarover bestaan stapels rapporten. Er bestaat geen plattegrond van wat precies
waar ligt. Het gaat om steekproeven. Er bestaat alleen een globaal beeld van wat
er ligt."
Het Burgercomitee heeft zich inmiddels verzoend met de gedachte dat de zes
miljoen kubieke meter afval voorlopig op zijn plaats blijft liggen. Duphar en de
andere bedrijven hebben een onrechtmatige daad bedreven, vindt het
Burgercomitee.
Van den Hoek: " Maar het gemeentebestuur van Amsterdam speelt in het geheel een
dubieuze rol. Als Amsterdam tijdens de rechtszaak tegen Duphar maar een briefje
had kunnen overleggen waarin staat dat bij aanbieden van afval in de Volgermeer
een gifvrij-verklaring moest worden ondertekend, had het heel wat sterker in
zijn schoenen gestaan."
De stortplaats Volgermeer is sinds de ontdekking, dertien jaar geleden, niet
meer uit het nieuws geweest. De commotie over de gifbelt in Lekkerkerk, het
eerste grote milieuschandaal in Nederland, was nog niet verstomd of de
kwestie-Volgermeer diende zich als ramp van gelijke orde aan.
Daarna volgde een onafzienbare reeks affaires. Het weekblad Vrij Nederland gaf
in de jaren tachtig de Gifatlas van Nederland uit, die bij verschijning alweer
verouderd bleek te zijn.
Overheidsbestuurders zagen zich ineens geconfronteerd met een probleem, dat
totaal nieuw was. Koeien en schapen in schitterende, pastorale buitengebieden
stierven zomaar in de wei, doordat industrieel gif van nabijgelegen belten de
vrijheid had genomen zich te mengen met oppervlaktewater waarvan de ongelukkige
dieren hadden gedronken.
De eerste reacties van de gemeente Amsterdam - die de belt Volgermeer beheert -
op de onheilspellende berichten kenmerkten zich door ongeloof. Drs Heida,
directeur van het Amsterdams Milieulaboratorium in 1980: " Tweeduizend vaten met
het giftige ontbladeringsmiddel 2.4.5. T? In de Volgermeerpolder?" Daar moest
hij toch wel even om lachen. Zoiets leek hem volstrekt onwaarschijnlijk.
Paling
Heida stelde vissers van de Hengelsportvereniging Amsterdam, die jarenlang het
Volgermeerwater als stekkie hadden, gerust." Ik weeg tachtig kilo en mag per dag
enkele honderden miligrammen van die giftige stoffen in mijn lijf krijgen. Per
dag, zeg ik. Ik vind het wat provocerend paling te eten die is gevangen in water
van de stort zelf. Maar dan nog ben ik ervan overtuigd dat het gif dat ik naar
binnen krijg, gemakkelijk kan verwerken."
De voorzitter van de visclub was niet onder de indruk." Paling uit de Volgermeer
raak ik niet eens meer aan."
Maar aan het einde van hetzelfde 1980 werkte de Amsterdamse milieudirecteur al
mee aan het verzamelen van enkele honderden vaten chemisch afval, die her en der
op het terrein voor het oprapen lagen. Globale schattingen hadden uitgewezen dat
er geen tweeduizend, maar minimaal vijfduizend vaten lagen. Hopelijk niet
allemaal gevuld met 2.4.5. T - dat moest nog worden uitgezocht. In maart 1981
werd al gesproken van tienduizend vaten.
Het duurde toch nog even voordat de volle omvang van de lokale milieuramp tot
iedereen was doorgedrongen. De Amsterdamse PvdA-wethouder Wim Polak voelde er
ook nog niet veel voor zich aan te sluiten bij het leger doemdenkers. In juli
1981 had hij een wandeling over het terrein gemaakt." Alles groeit er en bloeit
er," riep hij als een enthousiaste botanicus.
Niettemin zette de toenmalige minister voor milieuzaken, Ginjaar, de
Volgermeerpolder bij de top-twintig van de vuilnisbelten die direct moesten
worden geruimd. Hij schatte de kosten op tweehonderd miljoen gulden. En het
saneringsplan moest voor de herfst van 1981 klaar zijn, voegde hij er in zijn
onervarenheid aan toe.
Op dat voornemen kwam hij twee weken later al terug. De vuilnisbelt isoleren,
dat leek hem een realistischer aanpak.
En inderdaad, van die optie is nooit meer afgeweken. Al kun je je afvragen of
dertien jaar beraadslagen over de wijze waarop niet wat aan de lange kant is.

Auteur: FRED VERMEULEN