De polder wordt voor eeuwig ingepakt

Onlangs gaf de Amsterdamse wethouder Saskia Bruines de aftrap voor de sanering
van de Volgermeerpolder. Dit keer zou er echt worden gewerkt: over 's lands
grootste gifbelt moet een ecologische vuilniszak worden gelegd, die alle
vervuiling tegenhoudt. Maar die vuilniszak moet ook voortdurend, tot in de
eeuwigheid, op lekkage worden gecontroleerd. Dat staat of valt met goede nazorg.

HET GIF LIGT er nu eenmaal, en daar is niks meer aan te doen. Zand erover. Dat
is dan ook, simpel gezegd, de saneringsmethode die voor de vervuilde
Volgermeerpolder is gekozen. Alle grond tot de laatste gifmolecuul afgraven
zoals bij Lekkerkerk gebeurde - de eerste behandelde gifpolder in ons land - is
geen optie meer, omdat inmiddels zestigduizend grote en kleine locaties op
schoonmaak wachten. Terwijl de overheid het saneringsbudget juist met veertig
procent wil terugdringen. De 'leeflaag' heeft daarom de toekomst. Als de
bulldozers zijn verdwenen moet Moeder Natuur 'kosteneffectief' een ecologisch
verantwoord deksel aanbrengen.
In de Volgermeerpolder was afgraven van meet af aan geen optie, aldus Gerald
Bockting. Hij is namens het projectbureau Volgermeerpolder met de sanering
belast. ''Het terrein is te groot en het is niet bekend waar welk gif zit en
hoeveel. Er is van alles door elkaar gestort. Je kunt zowel op een lekkend vat
dioxine als op een koelkast stuiten.''
''We weten wel dat het gif overal ligt. Je ruikt de bestrijdingsmiddelen zodra
je in de grond prikt,'' zegt Bockting, die zelf meestal in zijn schone kantoor
aan de Entrada is te vinden.
Werklui in hogedrukcabines met zuurstoftoevoer leggen op dit moment de laatste
hand aan een deklaag van zand in een proefvlak in de polder. ''In de jaren
vijftig is in watergangen huisvuil gestort en er ligt ook asbest,'' zegt
Bockting. ''Er zit dus verontreinigd slib en wij proberen nu om de bodem af te
dekken, zonder dat het slib naar boven komt.''
Gekozen is voor de methode die ook bij het opspuiten van IJburg is gebruikt.
Laagje voor laagje wordt over het slib zand gesproeid en tot nu toe lijkt dit
afdoende om de vervuiling eronder te krijgen.
Als een geschikte methode is gevonden om het zand aan te brengen, moet het
volgens Bockting ook makkelijker zijn om in de krappe saneringsmarkt een
aannemer warm te maken voor de lastige klus: het gelijkmatig aanbrengen van een
laag zand en klei over honderd hectare met chemisch afval verzadigd en drassig
terrein.
''We willen een voorbeeld kunnen tonen dat een aannemer vervolgens honderd keer
kan kopiëren,'' zegt hij. ''Zo vergroten we de kans om iemand te vinden die de
klus kan klaren.'' Het projectbureau wil in 2005 klaar zijn en de tijd moet
uitmaken of dat tijdschema niet, zoals bij veel saneringen, te ambitieus is.
DE GEKOZEN saneringsmethode, de 'ecovariant', gaat uit van een scenario dat
kosteneffectief zou zijn en waarin risico's voor mens en dier worden vermeden.
Om te zorgen dat er geen nieuwe gifkonijntjes bijkomen in de polder, moet een
anderhalve meter dikke laag ondoorlatende klei en zand deze gravers bij de
vervuiling vandaan houden.
Door de polder vervolgens onder water te zetten moet er een laag veen op
ontstaan, de 'leeflaag' die de gif- en grondlaag ecologisch verantwoord van de
buitenwereld afschermt. Als dat goed gaat, scheelt dat weer een miljoen kuub
grond en dus tienduizenden vrachtwagens die af en aan rijden.
Om de kosten verder te drukken moet ook de grond gratis worden verkregen.
Daarbij dacht men onder meer aan Amsterdamse projecten, zoals de Noord-Zuidlijn.
Inmiddels is een worst case-scenario in het leven geroepen, nu blijkt dat ook
daar de aanbesteding niet in sneltreinvaart verloopt.
''Misschien moeten we grond aankopen,'' geeft Bockting toe, ''maar voorlopig
hebben we voldoende. Voor het proefvlak gebruiken we grond van bouwprojecten bij
het Wereldhandelscentrum aan de Amsterdamse Zuidas. En we leggen een
grondreservoir aan in de Burkmeer zodat het werk niet bij gebrek aan grond hoeft
stil te liggen.''
Als zich inderdaad veen gaat vormen, dan zal de Volgermeer permanent onder water
moeten worden gezet om het in stand te houden. Veen ontstaat namelijk alleen als
dood plantenmateriaal onder zuurstofarme omstandigheden 'composteert'. Daarnaast
moet de hoge waterstand voorkomen dat er bomen gaan groeien, want die zouden met
hun wortels gaten in de zand en kleilaag maken waardoor het gif alsnog omhoog
zou komen. Weliswaar is een wortelremmend doek onder de leeflaag aangebracht,
maar dat is niet tegen de eeuwigheid bestand. In de nazorgfase, als er droger
hoogveen ligt, moeten kuddes schapen ervoor zorgen dat al te enthousiast
opkomend geboomte alsnog wordt kort gehouden. En al vanaf het begin zal geboomte
op de dijkjes worden weggemaaid.
Volgens hydroloog Robert van de Vliet is het nathouden van de Volgermeerpolder
geen probleem. Hij was namens adviesbureau Iwaco bij het ontwerp van de leeflaag
betrokken.
''De polder is de laatste tien jaar met een halve meter ingeklonken en daardoor
een soort badkuip geworden. Als al die extra grond erop wordt gelegd, zakt hij
alleen maar verder in. Maar hij ligt nog steeds hoger dan de omgeving en kan
water verliezen. Daarom komt in de Burkmeer een waterreservoir dat in droge
tijden voor een natte Volgermeer moet zorgen.''
Onzekerheid bestaat er wel over de snelheid waarmee de leeflaag ontstaat.
''In ons ontwerp hebben we gerekend op de vorming van hoogveen,'' zegt Van de
Vliet. ''Dat heeft de eigenschap dat het goed water kan vasthouden. Het is
alleen de vraag op welke termijn het zich ontwikkelt. Het is best mogelijk dat
het nog honderd jaar duurt. Het blijft een beetje koffiedik kijken: je oordeelt
op basis van de kennis die je nu hebt en je weet nooit precies hoe een landschap
zich zal ontwikkelen.''
OOK UIT DE zijkanten van de Volgermeer mag geen gif lekken. Maar anders dan bij
de Diemerzeedijk worden geen damwanden aangelegd om vervuilde grondwaterstromen
tegen te houden. Veel te duur en volgens betrokkenen ook niet nodig omdat de
Volgermeer in de afgelopen twintig jaar nauwelijks gif naar buiten heeft gelekt.
Dat is opmerkelijk omdat de polder eigenlijk geen polder is, en enkele meters
boven de omgeving ligt.
Om in de gaten te houden dat ook in de toekomst geen vervuild water uit de
polder stroomt, wordt een monitoringsysteem geplaatst. Driehonderd peilbuizen
meten op verschillende dieptes de eventuele verspreiding van vervuiling.
Een cruciale vraag daarbij is wie vervolgens de meetgegevens van het systeem
controleert en ingrijpt als het misgaat. Het Hoogheemraadschap Uitwaterende
Sluizen zou hier 'tot in de eeuwigheid' voor moeten zorgdragen. Volgens
beleidsmedewerker Willem Stuurman van het Hoogheemraadschap is voor deze
instantie gekozen wegens de onafhankelijkheid.
''De gemeente heeft dertig benen in een broekspijp,'' zegt hij. ''Ze zouden
bijvoorbeeld een financieel belang kunnen hebben om ingrijpen nog even uit te
stellen als vervuiling blijkt. Daarom moet de nazorg door een onafhankelijke
instantie gedaan worden.'' Bij de Diemerzeedijk laadde de gemeente de verdenking
op zich omdat zij zelf naast de uitvoerende ook de controlerende instantie was.
Dat de vervuiling voor altijd blijft liggen kan ook het projectbureau niet
garanderen.
''We kunnen hooguit met de kennis van nu een zo robuust mogelijk systeem
ontwerpen, dat het zo lang mogelijk uithoudt,'' zegt Bockting. En juist daarom
zou het onderhoud zo belangrijk zijn en de afspraken daarover met organisaties
die een bewezen 'duurzaamheid' hebben.
''Een project 'voor de eeuwigheid' staat of valt met een goede nazorg en daar
moet je een geschikte beheerder voor vinden. Het Hoogheemraadschap bestaat al
sinds de zestiende eeuw en het zal ook nog wel even blijven bestaan: immers, als
ze ophouden met hun werk, verzuipen we hier.''



Bron: Het Parool
Auteur: RYPKE ZEILMAKER