Morgen grote dag voor de Volgermeerpolder

Na eindeloos soebatten begint morgen, tien jaar later dan gepland, de sanering
van de chemische tijdbom Volgermeerpolder, tussen Noord en Broek in Waterland.
Het is de grootste schoonmaakbeurt in Nederland ooit .
WIE DE geschiedenis van de verontreinigde Volgermeerpolder erop naleest, duizelt
het al snel van de contradicties over de gezondheidsrisico's, de verschillende
saneringsvarianten en bijbehorende bedragen.
Elf jaar geleden had het 103 hectare grote gebied nog de bijnaam 'chemische
tijdbom' als bijnaam; een enorme gifbelt was toch wel het meest gangbare beeld.
Omwonenden waren angstig over de gevolgen van de vervuiling voor hun deur.
Niet zo verwonderlijk. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd er veen
gewonnen en werden de gaten nog opgevuld met huisvuil. Maar in de jaren zestig
stortten diverse bedrijven - waaronder Philips (later Solvay) Duphar - er zwaar
giftig chemisch afval. Het ging onder meer om ontbladeringsmiddelen zoals de
Amerikanen destijds boven Vietnam lieten vallen.
Allesbehalve lekker spul, dus. De uitlatingen van beheerder P. Stolk, die in
zijn dienstwoning op het terrein zes kinderen grootbracht, vormden een schril
contrast. Prachtig, noemde hij de Volgermeerpolder een paar jaar geleden - de
afwisselende natuur, met konijnen, fazanten, buizerds, meerkoeten, vissen,
kikkers, vossen en de Noorse woelmuis.
Van de vervuiling had hij nooit wat gemerkt. Zijn groenten at hij uit de
aanpalende moestuin. En een boer die zijn koeien in de agrarische polder liet
grazen, behaalde met zijn beesten een van de hoogste vruchtbaarheidspercentages
uit de regio. Als er risico's waren, was er twintig jaar geleden wel meteen
ingegrepen, was Stolks vaste overtuiging.
Duidelijk was in elk geval dat de polder decennia lang als stortplaats voor alle
soorten vuil diende. Er gingen in tien jaar tijd circa tienduizend vaten
chemisch afval de grond in. Dat kon niet anders dan gevolgen hebben gehad. Dat
bleek begin jaren tachtig ook uit metingen: in een paling en in de omgeving van
de polder werd dioxine aangetroffen. Broek in Waterlanders weigerden nog langer
koffie en thee te zetten met leidingwater, kinderen die hadden gespeeld op het
terrein vielen flauw en om de aanvoer van nieuw afval per vuilschip te
verhinderen maakten boze bewoners een brug onklaar.
Het duurde nog tot 1982 voordat het storten van afval ophield. Met dank aan de
toenmalige wethouder Jan Schaefer. Die timmerde volgens de overlevering met zijn
schoen op tafel en riep: ''Nu gvd ophouden met het gesodemieter.'' Amsterdam zei
echter voor de omwonenden niet meer gezondheidsrisico's te zien dan voor andere
Nederlanders.
Sindsdien bleef de verwarring over hoe ernstig de verontreiniging nu precies
was, hoe die het beste kon worden weggehaald, en hoe snel. Het begon met een
prijskaartje van tachtig miljoen gulden, door strengere eisen voor de
waterzuivering verdubbelde dat.
De provincie Noord-Holland kwam in 1991 met een saneringsoptie van 172 miljoen
gulden, oftewel bijna tachtig miljoen euro. Beginnen in 1993, vijf jaar later
klaar. Voor dat bedrag zou het vervuilde terrein door middel van een vijftien
meter diepe damwand van zes kilometer worden afgeschermd, het grondwaterpeil zou
dan worden verlaagd, het weggemalen water zou worden gezuiverd en de vaten
chemisch afval zouden worden verwijderd. De polder zou worden bedekt met een
laag folie of waterdichte klei.
Vijf jaar later, in 1996, lag die variant nog steeds op tafel. Alleen zou alles
wat meer geld en tijd vergen, namelijk zeventien jaar en 227,5 miljoen gulden
(ruim honderd miljoen euro). Daarvoor zouden de verontreinigde delen worden
geïsoleerd, in een soort doos. De vuilnisbelt zou worden afgedekt met licht
vervuilde grond. Solphay Duphar kon niet aansprakelijk worden gesteld. Het rijk
zou voor negentig procent van de kosten opdraaien, Amsterdam voor tien procent.
Buurtbewoners voelden niets voor die methode. Ze kwamen als Burgerkomitee
Vuilstortplaats Volgermeerpolder met een mix van plannen, onder andere die
waarbij geen giftig afval van elders zou worden bijgestort, zoals in het eerdere
voorstel. Het waterpeil moest verlaagd, het grondwater opgevangen in buizen en
naar een zuiveringsinstallatie in de buurt gezogen.
Uiteindelijk viel de keus op die 'ecovariant', waarvoor de eerste stap, het
kappen van bomen na een geslaagde proefsanering op een stukje grond, morgen
wordt gezet. Daartoe is besloten voornamelijk omdat het met de verspreiding van
het gif erg meevalt. Bovenop de vervuiling komen een 'deksel' van 1,8 miljoen
kuub grond, een laag van zand en klei en daarboven een leeflaag met kades,
dijkjes en waterpartijen, waar flora en fauna weer tot leven moeten komen.
Rondom het gebied, dat een vierkante kilometer groot is, worden driehonderd
peilbuizen geplaatst om het diepere grondwater te controleren. Totale kosten, na
een reeks van wisselende bedragen, 99 miljoen euro, klaar over vijf jaar.
Mocht blijken dat er toch chemicaliën uit lekken, dan worden deze opgepompt en
als chemisch afval verwerkt.
Het beheer komt in handen van het (onafhankelijke) hoogheemraadschap. Dat zal
velen een pak van het hart zijn.
Saneringsmethode Volgermeerpolder
Sinds de jaren zestig vervuild met tientallen soorten giftig afval, waaronder
zware metalen, diverse benzenen en dioxines.
Deze stoffen worden niet verwijderd, maar afgedekt onder een folie met daarop
een leefzone met water en begroeiing.

Bron: Volkskrant
Auteur: MIJNTJE KLIPP